Achtergrondinformatie
De bio-industrie is van grote invloed: natuurlijk op de dieren zelf, maar in feite op vrijwel alle sectoren van onze maatschappij.
Vroeger waren vlees en eieren luxeproducten. Door de intensieve veehouderij zijn de kosten van vlees en eieren ten opzichte van bijvoorbeeld 1970 nauwelijks gestegen. Het feit dat dieren intensief, dus dicht op elkaar, gehouden worden draagt in hoge mate bij aan onze welvaart. Schrijver J.J. Voskuil noemde de dieren niet voor niets het proletariaat van onze tijd.
Het economisch belang van de vleessector is groot. De intensieve veehouderij heeft vele internationale vertakkingen. Naar verhouding heeft Nederland de grootste bio-industrie ter wereld. Dit komt doordat de invoer van (gemodificeerde) soja - het basisvoedsel voor miljoenen dieren - door de haven van Rotterdam goedkoper is dan in andere landen.
Dit heeft als ongewenst neveneffect dat bossen en grondstoffen verdwijnen in landen als Brazilië, Argentinië en Thailand terwijl wij te kampen hebben met overbemesting. Dierenwelzijn speelt ook een belangrijke rol. Er worden in Nederland circa 450.000.000 dieren per jaar geslacht, waarvan het overgrote deel afkomstig is uit de stallen van de bio-industrie.
Het maatschappelijk bewustzijn van de omstandigheden waaronder de dieren leven is groot, de meeste burgers willen dat de dieren meer ruimte krijgen en buiten kunnen lopen. Veel veehouders voelen zich door die maatschappelijke kritiek in de hoek gedrukt en kampen met een slecht imago. Zij wijzen op hun beurt naar de supermarkten die te lage prijzen betalen om dierenwelzijn te kunnen financieren en naar de overheid, die ze onvoldoende terzijde staat.
Kortom, of we willen of niet, onze hele maatschappij wordt beïnvloed door de bio-industrie. Het is niet voor niets dat het debat gevoerd wordt door politici, boeren, filosofen en schrijvers, dierenbeschermers, milieudeskundigen, techneuten en economen. De film 'Mens, Dier en Voedsel' geeft een goed overzicht van al die aspecten en is daarom geschikt om gebruikt te worden tijdens lessen Algemene Natuurwetenschappen, Maatschappijleer en eventueel Biologie.
De film en het lesmateriaal zijn vooral bedoeld voor gebruik in de hogere klassen van het voortgezet onderwijs en verder voor iedereen van 16 jaar en ouder.